Boegbeeld

In de loop van de vorige eeuw zijn veel muziekverenigingen opgericht. Een paar muzikanten bespeelden een muziekinstrument en de behoefte ontstond om dit in orkestverband te gaan doen. En speelde opa een instrument, dan gingen zoon en kleinzoon ook ‘bij de muziek’. Vrouwen bij een muziekvereniging waren nog ondenkbaar in die tijd. Eind jaren 30 kwamen bij Harmonie OudBeyerland (waar ik ben opgegroeid) voor het eerst 3 zussen spelen. Maar pas nadat er eerst met meerderheid op de ledenvergadering “vóór” was gestemd.
In het dorp werd er echter schande van gesproken: “er zitten meiden op de muziektent tussen de fefère”. Concoursen werden op grasvelden gehouden, waarbij het publiek verre van ademloos aan het luisteren was. Van de jaren 20 tot de jaren 70 werd er voor de pauze geconcerteerd en na de pauze toneelspel opgevoerd. De muziekvereniging was het hart van de samenleving en meerdere avonden was de zaal uitverkocht. Er waren in die tijd honderden donateurs in een dorp van een paar duizend inwoners.

Volgens het volksgeloof belichaamde het boegbeeld de geest van het schip. Het idee dat het orkest het boegbeeld van de vereniging was, zagen we terug op concerten in de jaren 70 en 80. De drumband speelde een paar marsen. Het lyra- en majorettekorps hadden hun intrede gedaan en gaven een kort optreden. Het jeugdorkest was in opmars en ook zij mocht wat van zich laten horen. Maar hét hoogtepunt van de avond (vond ‘men’) was toch wel het optreden van het A-orkest, dat zowel voor als na de pauze de overige tijd
opvulde.

In de jaren 90 transformeerden veel drumbands naar slagwerkgroepen en zij lieten een veel uitgebreider en afwisselender repertoire horen. Lyrakorpsen transformeerden veelal naar, niet ongebruikelijk, uit de kluiten gewassen melody percussion bands, die naast concertwerken veelal ook popmuziek speelden. Bij de majorettes werden de shows gymnastischer, omdat velen waren getransformeerd van majorettes naar twirlers. Aan het jeugdbeleid ging men meer aandacht geven. Aan de ene kant omdat muzikale families minder voorkwamen en het bestaansrecht in gevaar kwam. Aan de andere kant omdat muziekonderwijs een belangrijke bijdrage ging leveren aan de opvoeding en het welzijn van kinderen.

Rond 2000 begonnen steeds meer verenigingen zowel het marcheren, als het spelen voor steeds legere concourszalen, te verruilen voor de concertzaal. Vaak werd er voor een thema gekozen dat groots werd opgezet met licht, geluid en bekende artiesten. Deze vernieuwende manier van concerteren trok ander
publiek en de ‘mens op straat’ kreeg steeds minder binding met de muziekvereniging. Door het verdwijnen van de muziekvereniging uit het straatbeeld kwamen veel majorettekorpsen en twirlgroepen in zwaar weer terecht. Veel kleine verenigingen doekten op of gingen fuseren met vaak als toepasselijke naam Da Capo. De echte wedstrijdliefhebbers kunnen nog steeds hun hart ophalen bij het WMC, ONFK en NBK.

Tegenwoordig krijgt de jeugd op concerten heel veel aandacht. De AMV-groep, blokfluitgroep en jeugdorkest(en) worden in de spotlights gezet. Bij veel verenigingen is het zelfs zo dat de concertbezoekers veelal uit ouders bestaan die vooral naar hun kind komen kijken. Ze worden getrakteerd op spectaculaire
slagwerkshows en luisteren nog naar het orkest als ze in de pauze niet al zijn vertrokken om hun kroost op bed te leggen.

En zo zien we dat de tijdgeest in een paar decennia enorm is veranderd. Er zijn verenigingen die moeite hebben om mee te bewegen in de tijd of ze zijn enorm zoekende welke muzikale wegen ze moeten bewandelen om überhaupt nieuwe jeugdleden aan zich te binden. Andere verenigingen floreren juist als nooit tevoren.

Op veel websites staat omschreven dat het A-orkest het boegbeeld van de vereniging is. Als we dan toch meegaan in de tijdgeest, mogen woorden als boegbeeld en vlaggenschip van mij tot het verleden behoren, want ieder lid van jong tot oud is een visitekaartje voor de vereniging!

Bekijk het overzicht van al onze columns.