Comfortzone

Denk als dirigent niet in termen van goed of fout, maar denk vanuit ontwikkeling. Leren is een ontwikkelingsproces. Het grote verschil tussen het dirigeren van een jeugdorkest en het dirigeren van een volwassenorkest is dat een kind veel kwetsbaarder is als het uit zijn of haar comfortzone wordt gehaald.

Een kind kent drie zones:
-de comfortzone / wat het al kent of kan
-de leerzone / wat het nog niet kent of kan
-de paniekzone / wat te eng is of waar het nog niet aan toe is

De comfortzone is een veilige plek waar een kind zich thuis voelt. Daar is zekerheid. Een kind weet als het A doet, B het resultaat is. De comfortzone is echter ook een plek waar geen groei plaatsvindt. Je wordt er niet geprikkeld en gestimuleerd en ze draagt niet bij aan de persoonlijke ontwikkeling. De comfortzone kan ook een plek zijn waar een kind misschien wel uit wil stappen, maar niet uit durft of kan stappen. Zo’n kind wil wel een uitdaging, maar weet niet hoe of krijgt het niet aangereikt.

Ik ben altijd benieuwd wat jeugdorkestdirigenten van een jeugdorkest verwachten. Zelf verwacht ik niets van ze. Kinderen mogen juist van mij verwachten dat ik ze losjes(!) bij de hand neem. Aan de ene kant is dat om ze te beschermen voor de paniekzone en aan de andere kant om ze te leiden naar de leerzone. Een goed pedagoog heeft dus zowel een voorlichtende als een begeleidende functie. Een goede pedagoog weet een kind dus feilloos vanuit de comfortzone naar de leerzone te begeleiden zonder dat het in de paniekzone terecht komt. Per kind moet hij zich wel (bewust/onbewust) de volgende vragen stellen: ‘Waar bevindt een kind zich in de biologische, de sociaal-emotionele, de cognitieve en de psychologische ontwikkeling?’

Er zijn helaas veel jeugdorkestdirigenten die hiertoe (nog) niet in staat zijn. En als ze daarnaast ook niet uit hun eigen comfortzone kunnen of willen komen gaat dat nooit lukken ook. Zulke dirigenten werpen hun schaduw over die van een kind waardoor er geen ruimte is voor groei. Het beleeft dan niet langer plezier aan de hobby muziek en haakt af.

Een jeugdorkestdirigent moet dus de energiebron zijn die over gestraald wordt naar een kind. Als een kind zich geborgen weet, zal het zich voorzichtig mee laten voeren en samen met de jeugdorkestdirigent een eerste stap zetten in de leerzone. Als een kind zich daar comfortabel voelt kan het van daaruit weer verder gaan op de muzikale ontdekkingsreis. In dat proces horen ook teleurstellingen. Maar ook teleurstellingen dragen bij aan de persoonlijke ontwikkeling van een kind. Ontwikkeling en doelen hebben we juist nodig om ons gelukkig te voelen en in balans te zijn.

Een leerzone moet ook geen moeras worden waar kinderen in wegzakken. Dan ontstaat juist die angst en paniek. Een stevige ondergrond zorgt voor vertrouwen in eigen kunnen. Die basis moet gelegd en steeds weer uitgebouwd worden door de jeugdorkestdirigent. Een jeugdorkest moet dus zijn als een muzikale speeltuin waar niets moet maar alles mag. Een plek waar een kind ontdekt wat het leuk of juist niet leuk of zelfs eng vindt. Het is ook een plek waar een kind kan ontdekken wat het nog moeilijk vindt en hulp bij nodig heeft. Dat is de reden waarom een dirigent zijn hoofd uit de partituur moet halen en een kind aan moet kijken als het musiceert. Pas dan kun je de gezichtsuitdrukking bij een kind aflezen of jij als jeugdorkestdirigent in staat bent om door stimuleren en begeleiden de twijfel bij een kind om te zetten naar zekerheid. Dan pas en heb jij je taak naar behoren uitgevoerd en zul je een glimlach van verwondering bij een kind zien als het beetje bij beetje zijn of haar comfortzone verlaat en de leerzone in stapt zonder in paniek te raken. En die stap… is voor elk kind anders!

Bekijk het overzicht van al onze columns.