De juiste definitie van een jeugd-/leerlingenorkest.

Zoals u in de BvO-notities van december 2009 heeft kunnen lezen is dirigent Marion Goes bezig met een onderzoek voor haar studie. Het onderwerp is: ‘De kennis en vaardigheden die een dirigent van een jeugd-/leerlingenorkest nodig heeft om het orkest als geheel en elke individuele muzikant in niveau te laten ontwikkelen.’

Als componist van jeugdorkestmuziek sprak dit onderwerp mij uiteraard enorm aan en ben ik vol goede moed met haar vragenlijst aan de slag gegaan. Haar eerste vraag luidt als volgt: “Wat is naar uw mening de juiste definitie van een jeugd-/leerlingenorkest?”

Het probleem bij deze vraag is dat er eigenlijk over twee verschillende orkesten wordt gesproken terwijl die benamingen in de volksmond te pas en te onpas door elkaar worden gebruikt en vaak op één orkest zijn gebaseerd. De uiteindelijke doelstelling van zo’n jeugd-/leerlingenorkest is leerlingen opleiden tot een niveau waarop ze uiteindelijk kunnen gaan meespelen in een harmonie, fanfare of brassband, maar ook dit gaat niet altijd op. Het NJHO (nationaal jeugd harmonie orkest) en het NJFO (nationaal jeugd fanfare orkest) zijn dus ook jeugdorkesten. De leeftijd is van 15-25 jaar en menig dirigent zou wensen dat zijn/haar orkest hetzelfde niveau zou hebben als deze twee fantastische jeugdorkesten.

Op zich zou je het heel zwart-wit kunnen stellen:

  • In een jeugdorkest spelen alleen jeugdleden.
  • In een leerlingenorkest spelen zowel kinderen en volwassenen die onlangs zijn begonnen om een instrument te leren bespelen.

Maar dat is wel heel kort door de bocht…

Zodra er namelijk ervaren muzikanten gaan meespelen om de lage stemmen in te vullen begint de naam jeugd-/leerlingenorkest al in de problemen te komen. Ik kan geen enkele teamsport bedenken waar volwassenen bijspringen als er gebrek is aan jeugd. Ziet u het al voor zich dat bij de voetbalvereniging een vader invalt, omdat er te weinig kinderen zijn?

Ook een apart fenomeen is de naam ‘B-orkest’ zoals een jeugd- /leerlingenorkest ook wel wordt genoemd. Terwijl we in het dagelijks leven eerst stap A doen en dan pas stap B, gaan we in de blaasmuziekwereld net de andere kant op. Door steeds hogerop te klimmen komen leerlingen dus uiteindelijk in het A-orkest terecht.

Nu hebben we dus al drie verschillende namen welke vaak op één orkest zijn gebaseerd namelijk ‘jeugdorkest’, ‘leerlingenorkest’ en ‘B-orkest’. En waarschijnlijk zult u straks door de bomen het bos helemaal niet meer kunnen zien want we zijn er nog niet…

Muziekvereniging ‘Crescendo’ uit Sassenheim mag zich gelukkig prijzen met een ‘aspirantenorkest’, een ‘startersorkest’ en een ‘leerlingenorkest’. Bij muziekvereniging ‘Excelsior’ uit Twello hebben ze een grappige naam en dat is ‘LEGO’ (Leerling En Gevorderden Orkest). Nadat er nog een orkest bijkwam werd dat ‘DUPLO’. Tot op heden hebben ze daar in Twello nog geen betekenis voor, maar de namen zijn wel origineel. Muziekvereniging ‘L’union’ uit Bladel heeft een ‘Pieporkest’ en bij ‘St. Caecilia’ uit Alkmaar heet het weer ‘Brugorkest’. De ‘Brazz Kids’ komen uit Easterein, en ‘Jong Arti’ uit Alphen aan den Rijn. ‘Pro Junior’ komt uit Gerkesklooster en ‘Alles Kids’ uit Spanbroek. Wat dacht u van de naam ‘HELLO’(Harmonie Excelsior LeerLingenOrkest) uit Noord Scharwoude? Andere verenigingen noemen het: ‘opstaporkest’, opleidingsorkest’, ‘beginnersgroep’, ‘samenspelgroep’, ‘jeugdfanfare’, ‘jeugdharmonie’, enz. enz.

Van Marion Goes kreeg ik echter maar “drie regels” om het antwoord in te vullen. Dus wat is volgens mij de juiste definitie van een jeugd- /leerlingenorkest…“Ik zou het echt niet weten!”

Bekijk het overzicht van al onze columns.