Het applaus

Het woord applaus komt van het Latijnse woord „applaudere‟ en betekent klappen. Applaus is een uiting van waardering. De gewoonte om te applaudisseren is zo oud als de mensheid zelf. De Romeinen hadden verschillende vormen van applaus waarbij afhankelijk van de waardering geluid gemaakt werd met de duim en vinger of de hele vlakke dan wel de holle hand. In het theater riep de belangrijkste auteur aan het eind van het stuk “Valete et plaudite!” waarna het publiek het applaus inzette. De gewoonte te applaudisseren vond zijn weg naar de Christelijke kerken en het was in de vierde en vijfde eeuw na Chr. gebruikelijk om bij populaire preken te applaudisseren. Het is zelfs enige tijd de gewoonte geweest mensen in te huren om te applaudisseren, maar dit werd op den duur als onwenselijk gezien. Mede hierdoor is het applaus in de loop van de tijd aan regels gebonden. Het werd almaar meer als onjuist beschouwd om gedurende serieuze voorstellingen te applaudisseren. Deze beperking betrof zowel kerkelijke diensten als theatervoorstellingen en concerten. In Duitsland is applaus tijdens de voorstelling in serieuze theaters zelfs enige tijd verboden geweest.

Tegenwoordig zijn er veel verschillende gebruiken voor het applaudisseren. Bij uitvoeringen van klassieke muziek is het gebruikelijk om reeds te applaudisseren als de dirigent en de eventuele solist de zaal binnenkomen. Tijdens de voorstelling wordt doorgaans niet geklapt, ook niet tijdens de korte pauzes tussen de afzonderlijke muziekstukken. Na de uitvoering zal de dirigent er met een gebaar op wijzen dat het applaus niet alleen voor hem of haar geldt, maar ook voor de solisten, het orkest, het koor en eventuele andere betrokkenen. Bij grote waardering zal het publiek zo vaak klappen dat de uitvoerenden enkele malen afgaan en weer opkomen.

Bij populaire muziek is het applaus tussen de afzonderlijke muziekstukken gebruikelijker dan bij klassieke muziek. Bij bijvoorbeeld jazz is het normaal om na een solo voor de solist te applaudisseren terwijl de andere musici verder spelen. Ook is het bij populaire muziek meer de gewoonte om na een uitbundig slotapplaus nog een toegift te spelen. Dergelijk enthousiast applaus kan overgaan in synchroon klappen om het appel aan de musici te intensiveren.

Weet u wat het verschil is tussen het applaus voor een orkest uit de 1e afdeling en het applaus voor een kind van acht? Het applaus voor het kind van acht duurt langer!

Een fanfare uit de 1e afdeling heeft een half jaar gerepeteerd op een moeilijk concourswerk. Op de jaarlijkse verenigingsuitvoering wordt alvast een try-out gegeven. Er zijn vijf muzikanten van buitenaf ingehuurd om het orkest nog beter te laten klinken dan dat het normaal al doet. Na het 4 minuten durende verhaal van de ladyspeaker gaat de dirigent op de bok staan. Hij slaat zijn partituur open en concentreert zich op de inleiding. Alle muzikanten zitten op het puntje van hun stoel. De ogen gericht op zowel de lessenaar als de dirigent. De dirigent maakt een beweging met zijn stok, het orkest haalt adem en het stuk begint. Er wordt fantastisch gespeeld, maar het is echt een compositie voor kenners. Moeilijke technische passages, moderne klankkleuren en een hoop kabaal bij het slagwerk. Na acht minuten is het werk afgelopen en er klinkt een kort verplicht applaus.

Dan is het de beurt aan de blazersklas. 10 kinderen spelen sinds drie maanden op een bugel of trompet. Papa‟s en mama‟s, opa‟s en oma‟s, broertjes en zusjes zijn allemaal naar het concert gekomen om naar slechts 1 noot te luisteren die de kinderen zullen gaan spelen. Een componist heeft namelijk een muziekstuk geschreven voor jeugdorkest en blazersklas, waarbij de beginnende muzikanten alleen maar een klinkende Bb hoeven te spelen. Deze Bb (C voor bugel en trompet) komt 26 keer in het stuk voor. Na twee minuten is het stuk afgelopen en dan gebeurt het……………………….Een gejoel van jewelste, een staande ovatie en een lang, heel erg lang applaus. Een gemeend applaus!!!!

Bekijk het overzicht van al onze columns.