Muziek voor een variabele bezetting

In dit artikel wil ik eens wat dieper ingaan op de verschillende mogelijkheden die er zijn bij muziek voor variabele bezetting. Deze muziek wordt vaak geassocieerd met muziek voor jeugdorkesten en wordt daar inderdaad ook gericht voor geschreven. Deze muziek is echter ook prima te spelen met een heterogeen ensemble, bijv. ensembles op muziekscholen, omdat alle partijen door de uitgevers in meerdere toonsoorten worden geleverd. Ten slotte zijn deze muziekstukken zeer geschikt voor orkesten met een onvolledige bezetting. Uiteraard zal dan het kaf van het koren moeten worden gescheiden maar als er gekozen wordt voor bijv. klassieke arrangementen kan deze compacte instrumentatie zeer goed tot zijn recht komen zonder dat het ‘jeugdorkestachtig’ zal klinken. Bij aanvang van repetities wordt er tenslotte ook vaak gekozen voor 4-stemmige koralen om in te spelen!

De compacte manier van instrumenteren vergelijk ik graag met de vier stemmen van een zangkoor: sopraan, alt, tenor en bas. Elke zangstem heeft zo zijn eigen klankkleur en bereik. Dat is in een blaasorkest niet anders. Dat in mijn achterhoofd houdende komt er voor mij als componist meer kijken dan alleen maar een ‘melodietje’ verzinnen en daar wat ‘akkoordjes’ onder zetten. De muzikanten moeten leren beseffen dat elke partij even belangrijk is. Soms kies ik er bewust voor om de 1e partij wat moeilijker te maken dan de overige partijen omdat er bij een hoop orkesten een aantal muzikanten nou eenmaal verder zijn. Een andere keer schrijf ik de drumpartij extreem moeilijk voor de gevorderde drummers en bij werken voor blokfluit met orkestbegeleiding zal het orkest heel zacht moeten begeleiden dus zullen die partijen ook zeer eenvoudig van opzet zijn. Voor beginnende samenspelgroepen is het ideaal om ritmisch verticaal te componeren. De muzikanten hebben op die manier houvast aan elkaar en de dirigent zal al snel resultaat bereiken wat voor deze doelgroep erg belangrijk is omdat dat enthousiasmeert en daardoor ook stimuleert. Al in een vroeg stadium kan de dirigent ontdekken wie de voortrekkers en wie de meelopers zijn. De dirigent kan hierop inspelen door eenvoudige solowerken op de lessenaar te leggen zodat een kind zich kan ontplooien. Op die manier bouw je in een beginstadium al aan de kwaliteit van elk individu en van orkest als geheel. Voor gevorderde orkesten componeer ik meer horizontaal. De melodielijnen lopen zigzaggend door alle partijen heen zodat het denkbeeld ‘ik speel de eerste partij’ helemaal zal verdwijnen. Doordat er slechts vier melodiebalken in de partituur staan zullen al snel meerdere personen dezelfde partij spelen. Daardoor is het voor het ontwikkelen van het gehoor ook een goede manier om als muzikant dezelfde partij proberen terug te vinden in het orkest en die dan ook te blijven volgen. Zo werk je aan samenspel en zuiverheid.

Een componist schrijft de muziek maar het is tenslotte aan de dirigent om te bepalen hoe de partijen het beste verdeeld kunnen worden om een mooie homogene balans in het orkest te creëren. Dat hangt uiteraard helemaal af van de bezetting die hij/zij voorhanden heeft. Als de partijen eenmaal goed verdeeld zijn kan de dirigent ook aan klankkleur gaan werken. Hier komt de instrumentatie kennis om de hoek kijken. Een 1e klarinet bijv. kan een octaaf hoger spelen wat weer mooi zal mengen met de dwarsfluit. Af en toe staat er in de partituur ‘+trp’ of ‘–trp’ (trompet). Solo of tutti. ‘Only brass’ (brass = koper) of ‘only w.w.’ (woodwind = hout). Dit zijn slechts aanwijzingen van de componist om ook eens andere klankkleuren te creëren maar daarvan kan uiteraard worden afgeweken. Laat eens alleen de saxgroep spelen. Als een bassolo niet goed uit de verf komt laat dan een trombone of euphonium in octaven meespelen. Laat de drummer eens afwijken van zijn partij en geef hem ruimte voor een eigen ‘groove’. De drummer kan i.p.v. heel het stuk te spelen ook pas inzetten vlak voor een climax. Is er in de partituur voor mallet geen partij geschreven dan kan het klokkenspel partij 1C spelen en zal dit mooi ‘kleuren’ bij de blazers. Doe dat bijv. bij tutti forte-passages of juist alleen bij dolce-melodielijnen. Als u met bovenstaande voorbeelden gaat experimenteren zal deze compacte vierstemmige muziek een heel andere dimensie krijgen!

Bekijk het overzicht van al onze columns.