Muziekdocent

‘Wij hebben nou toch een muziekdocent…
De kinderen lopen er(mee) weg’

We weten allemaal dat er, naast de succesverhalen, ook genoeg trieste voorbeelden zijn van waar het niet goed gaat. Zoals dat verhaal van mijn neef die als kind dolgraag dwarsfluit wilde leren spelen. Zijn docent liet hem alleen stukken spelen die hij geschikt vond. Deze man had bewust of onbewust totaal geen oog voor de leerbehoefte. Het gevolg laat zich raden. Onderschat nooit het functioneren van een muziekdocent. Toch kiezen muziekverenigingen vaak een docent op grond van het Conservatorium papiertje en niet op grond van kwaliteit als docent. Een sollicitatiegesprek is vaak niet eens aan de orde waardoor de vereniging eigenlijk niet eens weet wie ze in huis halen. De docent in kwestie geeft tot in lengte van jaren les bij de vereniging. En zoals veel leden wachten tot de ledenvergadering met problemen aan de kaak te stellen zo loop je als vereniging ook achter de feiten aan als je eenmaal een functioneringsgesprek met de docent aangaat. Dan is het kwaad allang geschied omdat leerlingen met bosjes de vereniging hebben verlaten. Niet een functioneringsgesprek is de oplossing, maar regelmatige zelfreflectie van zowel docent als bestuur zijn nodig om jeugdleden te behouden. ‘Voeren we nog wel het juiste beleid? Is de lesdag wel een handige dag? Voelt elke leerling zich thuis bij de vereniging? Voelt elke leerling zich gehoord bij de docent? Weten we überhaupt wat de reden is als leerlingen stoppen of wordt dat voor kennisgeving aangenomen?’ Belangrijke vragen die gesteld moeten worden, wil het jeugdbeleid floreren. Wees daarom altijd kritisch op je eigen organisatie.

Als docent kan ik een leerling alles leren, maar als ik niet in staat ben om zijn nieuwsgierigheid te prikkelen, zal hij het snel vergeten. En dat zien we maar al te vaak terug als kinderen een paar maanden na hun muziekexamen amper nog iets van de opgedane kennis weten. Dan is de quote van Johan Cruyff meer op zijn plek: ‘Als ik zou willen dat je het begreep, zou ik het wel beter hebben uitgelegd’.

Veel kinderen zijn gebaat bij vaste structuren, maar heel veel kinderen ook niet. En die leerlingen inspireer je meer als ze kunnen zeggen ‘wij MOGEN muziekexamen doen i.p.v. wij MOETEN muziekexamen doen’. Of ‘ wij MOGEN al in het jeugdorkest meespelen i.p.v. wij MOETEN in het jeugdorkest meespelen’. Een goede pedagoog luistert naar wat de wensen van zijn leerlingen zijn en kan daarop inhaken. En als een leerling van zichzelf niet mondig genoeg is, hoort een goede pedagoog ook naar wat er niet gezegd wordt.

Ik heb al veel reacties van docenten voorbij horen komen als kinderen om wat voor reden dan ook een keer niet hebben geoefend, maar boos worden is toch wel de meest kansloze, niet pedagogische en vooral niet inspirerende reactie om een leerling gemotiveerd de les te laten verlaten. Is de docent dan werkelijk niet in staat om de situatie om te buigen en er toch een inspirerende les van te maken?

Zoals ik eerder omschreven heb in mijn column ‘iedere mening telt’, zouden leerlingen ook de ruimte moeten krijgen om hun zegje te doen wat ze wel en niet leuk vinden aan de muzieklessen en wat hun wensen en ambities zijn. Dat kan individueel, maar een groepsgesprek is ook goed mogelijk. Mits dat goed gecoacht wordt, wil iedereen volwaardig mee kunnen praten.

Heeft u zich de vraag weleens gesteld waarom u nog steeds lid bent van een muziekvereniging? Als het antwoord is: fijne hobby, mooie vriendschappen en gezelligheid dan weet u ook dat dát de basis voor een leerling is om zich gezien en gehoord te voelen bij zijn muziekvereniging.

Als een docent niet in staat is om constant te kijken naar de bedoeling waarom een leerling ooit is begonnen, nl. omdat het hem leuk lijkt om muziek te maken, dan zullen de nietszeggende rondjes op papier voor veel leerlingen nietszeggende rondjes blijven en zullen zij met piepende banden de muziekvereniging verlaten met in hun gedachte ‘tot nooit meer ziens!’

Bekijk het overzicht van al onze columns.