Muzieknotatie

Muziek werd vroeger van generatie op generatie mondeling doorgegeven. Het vastleggen van muziek op papier, is vooral in de Middeleeuwen tot ontwikkeling gekomen. Paus Gregorius (540-604) speelde een grote rol in het vastleggen van muziek in de vroege middeleeuwen. Pas vier eeuwen na de dood van Gregorius begon men als geheugensteun een soort primitieve notatie te ontwikkelen, om zich de vele honderden gezangen te herinneren en aan volgende generaties door te geven. Deze notatie noemt men Neumen. Een neumen is een teken voor de aanduiding van de melodiegang bij een gezongen lettergreep. Door het stijgen of dalen van een lijn werd weliswaar de beweging van de tonen aangeduid maar niet de hoogte, het interval, het ritme of de tijdsduur. Neumen zijn het oudste muziekschrift van Europa. Een latere ontwikkeling was de toevoeging van een lijn aan het neumenschrift. De neumen werden dan boven of onder die lijn geschreven. Dit gaf al iets meer informatie over de melodie. Later werden er drie of vier lijnen getrokken.

Muzieknotatie 1

In de elfde eeuw introduceerde de Italiaanse Benedictijn Guido van Arezzo de huidige notenbalk met zijn vijf lijnen. Ook gaf hij de noten namen die afgeleid waren van beginwoorden uit een hymne ter ere van Johannes de Doper. De vertaling luidt: ‘Opdat met helder stemgeluid het volk Gods wonderdaden roemt. Reinig, Johannes, hun gemoed, gij bode van de Heer genoemd.’

Muzieknotatie 2

Om alle lettergrepen met een medeklinker te laten beginnen veranderde men in Frankrijk de naam van ‘ut’ in ‘do’ (afgeleid van ‘Dominus’ wat Heer betekent). De Engelsman John Curwen (1816-1880) was degene die bedacht dat van ‘sol’ ook ‘so’ gemaakt kon worden, zodat alle lettergrepen uit twee letters zouden bestaan. Ook veranderde hij ‘si’ naar ‘ti’, zodat alle lettergrepen met een andere medeklinker begonnen: do-re-mi-fa-so-la-ti-do. In België, Frankrijk, Spanje en Portugal, maar ook nog wel in de Nederlandse provincie Limburg wordt de do-re-mi benaming nog veel gebruikt.

Ook het notenschrift heeft een enorme evolutie ondergaan. Werden in de middeleeuwen muzieknoten eerst als vierkantjes en ruitjes genoteerd, kwamen er later cirkels bij. Weer later werden de tekens ook nog eens voorzien van een verticale streep. Dit duidde aan dat alles twee keer zo snel ging. Later verscheen aan deze streep nog een vlag, een dubbele vlag, enz. Ook begon men kleuren te gebruiken. Er werden zwarte noten naast witte opennoten ingevoerd en er waren zelfs rode noten. Men gaf hier mee aan dat op de tijdsduur van twee noten nu drie noten gedacht moesten worden (onze tegenwoordige triool). Dit leidde tot een zodanig ingewikkelde notatie dat het notatie-lezen op zich al als een kunstvorm gezien werd.

Men noteerde de noot ‘b’ op twee verschillende manieren: de ronde b (b-rotundum) en de vierkante b (b-qaudratum). Vanuit deze twee tekens hebben zich de huidige mollen, kruisen en herstellingstekens ontwikkeld.

Muzieknotatie 3

Met het ontstaan van meerstemmige muziek ontstond er behoefte aan een betere vastlegging van de onderlinge toonhoogtes van de stemmen. Men ontwikkelde daarom muzieksleutels. Er waren drie sleutels: een lage (F-sleutel of Bassleutel), een midden sleutel (C-sleutel of Tenorsleutel) en een hoge sleutel (G-sleutel of Vioolsleutel). Deze sleutels konden aanvankelijk op ieder van de vijf lijnen geschreven worden en om het gebruik van hulplijntjes te beperken (dat kostte maar perkament) wisselde de positie van de sleutel ook vaak tijdens het muziekstuk. Vanaf de barok tot in de klassieke tijd, werd de positie van de sleutel uiteindelijk gestandaardiseerd tot een G-sleutel op de tweede lijn en een F-sleutel op de vierde lijn. De muzieknotatie is dus langzaam aan ontstaan, steeds werd er iets bij bedacht om de muziek nauwkeuriger weer te geven.

In de barok wordt muziek steeds meer met maatstrepen geschreven en oorspronkelijk hebben deze strepen een metrische betekenis. De noot vlak na de streep heeft een grote nadruk (hoofdaccent). Ook beginnen er in die tijd wat tekens bij te komen zoals bijvoorbeeld aanduidingen van de fermate en van trillers zoals de mordent en de praltriller en de tekens f (forte) en p (piano) om aan te geven dat een herhaald motief de tweede keer zachter moet worden gespeeld dan de eerste keer (echodynamiek). Overigens zijn dit soort aanduidingen nog vrij zeldzaam. De vele aanduidingen die men in moderne uitgaven van barokmuziek aantreft, zijn meestal verzinsels van de uitgever. Er waren al wel wat tempoaanduidingen zoals Allegro, maar deze hebben niet noodzakelijkerwijs dezelfde betekenis die ze nu hebben. Allegro betekende gewoon vrolijk en niet een bepaald getal op een metronoom.

Met de Romantiek beginnen componisten in steeds grotere details voor te schrijven hoe hun muziek precies gespeeld moest worden zoals rallentando of sforzando. Ook aanduidingen van langdurige crescendi en decrescendi worden populair. Omdat deze aanduidingen vaak over de maatstrepen heen hun geldigheid behouden, wordt de betekenis van de maatstreep steeds verder op de achtergrond gedrongen.

In de 20e eeuw ontstonden veel nieuwe notaties. Onder andere grafische notaties waarin maar zeer summier een suggestie aan de musicus gegeven wordt wat hem precies te doen staat en diverse vormen van ‘vrije’ notatie. Dit is een notatie zonder toonhoogten, maatstrepen en/of duur. Daarnaast verschenen nieuwe notatiesymbolen, die vaak bedoeld zijn om speciale speeleffecten of klankeffecten te noteren. Afwijkende symbolen in moderne partituren worden dikwijls door de componist in een bij de partituur gevoegd legenda beschreven.

Waar componisten vroeger potlood en papier gebruikten is er tegenwoordig geavanceerde software op de markt waar ook de ‘gewone’ muzikant veelvuldig gebruik van maakt om partijen over te schrijven of te transponeren. Op de I-pad kan met een speciale APP digitale bladmuziek worden gelezen waar zelfs aantekeningen op kunnen worden genoteerd waardoor bladmuziek in de loop van de tijd misschien zelfs helemaal zal verdwijnen. De muzieknotatie is vandaag de dag nog steeds in ontwikkeling en hoe dat er over 100 jaar uit zal zien…………..wie zal het zeggen!

Bekijk het overzicht van al onze columns.