Zit er nog wel muziek in?

Mensen hebben geen invloed op de tijd die ze hier op aarde met elkaar mogen doorbrengen, maar wel op de manier waarop ze dat doen. De bekende principes Liberté, égalite, fraternité, oftewel Vrijheid, gelijkheid en broederschap kennen we uit de Franse Revolutie, maar het zijn ook memorabele visies van John Lennon, Martin Luther King en Nelson Mandela.

Gelukkig brengen veel muziekverenigingen deze mooie woorden in de praktijk en je ziet dan ook daar bloeiende verenigingen ontstaan waar ongeacht het niveau iedereen gezien en gehoord wordt. Waar de jeugd zich thuis voelt en hun talenten kunnen en mogen inzetten. Een vereniging waar het bruist van de activiteiten en men net als de drie musketiers de lijfspreuk heeft: één voor allen en allen voor één.

Bij sommige muziekverenigingen blijven deze mooie woorden helaas nietszeggend op papier staan. Men musiceert van repetitie naar repetitie en heeft geen enkele visie waar men überhaupt met de vereniging naar toe wil of wat hun functie binnen de maatschappij zou kunnen zijn. Ook de wil om een goed jeugdbeleid op poten te zetten ontbreekt. Je ziet de vereniging steeds verder afbrokkelen. Er wordt ‘over’ elkaar gepraat in plaats van ‘met’ elkaar. Leden stappen op om de slechte sfeer. Die willen zich niet meer identificeren met deze voor hun nietszeggende vereniging. Het is voor de paar overgebleven enthousiastelingen vaak trekken aan een dood paard en bijna onmogelijk om weer meer leven in zo’n muziekvereniging te krijgen en dan is de vraag: “Zit er nog wel muziek in?”

Iemand zei eens: “Als je het kaarsje van een ander uitblaast gaat dat van jou niet harder branden” m.a.w. het gaat om de manier van omgaan met elkaar wil een muziekvereniging kans van slagen hebben.

Bij een sollicitatiegesprek vraag ik altijd of binnen de vereniging ook een ‘lief en leed’ persoon of commissie aanwezig is die omziet naar alle leden. Ze zaten me aan te kijken van…….”jij komt toch voor de functie van dirigent?” Ik vertelde hen toen het verhaal dat ik als dirigent eens een muzikant opbelde, twee weken na zijn operatie. Hij zei: “Jij bent de eerste van de vereniging die belt!”. Dat was voor mij hét teken dat bij die vereniging alles alleen maar draaide om de muzikale prestaties. Naar de mens achter het instrument werd totaal niet omgekeken. Toen moest ik denken aan het prachtige lied ‘Overleven’ van Paul van Vliet. Ik citeer:

“Moet je hard zijn om te overleven.

Onverschillig voor de wanhoop en onkwetsbaar voor verdriet.

Met geen ander doel om naar te streven dan ieder voor zichzelf, verschanst op zijn gebied.

Met niemand iets te maken.

Koel berekenend schaken.

Op kansen blijven loeren, om de anderen te vloeren.

Dan zal je overleven.

Maar leven is dat niet”.

Bekijk het overzicht van al onze columns.